Staatssecretaris Dekker zoekt dé definitie van onderzoeksjournalistiek

Nieuws

Wat wordt verstaan onder onderzoeksjournalistiek? Staatssecretaris Sander Dekker van Mediazaken is op zoek naar een eenduidige definitie. Pas als hij die heeft, kan hij een onderzoek laten instellen naar de stand van de onderzoeksjournalistiek in Nederland, aldus Dekker.

Hij schrijft dit aan de Tweede Kamer in reactie op een aantal moties en Kamervragen. De laatste hiervan is de motie Ellemeet/Yesilgöz-Zegerius, begin juli ingediend naar aanleiding van de plannen van de publieke omroep om de zendtijd van Argos en Reporter Radio te halveren.

Volgens Dekker bestaat op dit moment binnen de beroepsgroep zelf noch daarbuiten een eenduidige definitie van het begrip onderzoeksjournalistiek. Hij wil een rondetafelgesprek organiseren ‘met wetenschappers en partijen als de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), de Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ) en het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek’.

De VVOJ kiest voor haar definitie van onderzoeksjournalistiek een pragmatische invalshoek: onderzoeksjournalistiek is kritische en diepgravende journalistiek. Zo staat het in de statuten van de vereniging. Dit is een globale definitie, die vooral is bedoeld om voeding te geven aan het gesprek over wat onderzoeksjournalistiek zou moeten zijn. De globale definitie en een verdere uitwerking ervan zijn hier terug te vinden. Wellicht een goede uitgangstekst voor het rondetafelgesprek?

Hieronder het integrale antwoord van Dekker op de motie die 6 juli werd aangenomen:

‘Op 6 juli jongstleden heeft de Kamer de motie Ellemeet/ Yesilgöz-Zegerius aangenomen waarin aandacht wordt gevraagd voor de Nederlandse onderzoeksjournalistiek. Ik onderschrijf het brede maatschappelijke belang van dit type van journalistiek. In Nederland leveren publiek gefinancierde én commerciële mediaorganisaties hieraan een belangrijke bijdrage. Uw Kamer vroeg om onderzoeksjournalistiek onderdeel te maken van het onderzoek naar de toekomst van de journalistiek. Tijdens het bovengenoemde VAO heb ik toegezegd hier expliciet naar te (laten) kijken.

Het is cruciaal dat voorafgaand aan de start van het onderzoek duidelijk is wat wordt verstaan onder onderzoeksjournalistiek. Op dit moment is er zowel binnen de beroepsgroep als daarbuiten, geen eenduidige definitie. Het operationaliseren van de term onderzoeksjournalistiek heeft dan ook de eerste prioriteit. Ik vind het vervolgens belangrijk om te kijken op welke manier er aan de hand van kwantitatieve en kwalitatieve inzichten een beeld geschetst kan worden van de staat van de onderzoeksjournalistiek in Nederland. Ik denk hierbij aan kwantitatieve gegevens die inzicht bieden in de ontwikkeling van budgetten, de omvang van de (actieve) beroepsgroep en het aanbod.

Tegelijkertijd wil ik kijken of het mogelijk is om het beeld dat hieruit ontstaat te verrijken met kwalitatieve gegevens. Een groot voordeel van kwalitatief onderzoek is dat het goede inzichten biedt. Daartegenover staat dat dit type onderzoek tijds- en kostenintensief is. Uiteindelijk zal hierin een goede balans gevonden moeten worden.

Ik zal een ronde tafel organiseren om met relevante partijen in gesprek te gaan over de definitie van onderzoeksjournalistiek en de verdere opzet van het onderzoek. Ik denk hierbij aan deskundigen, wetenschappers en partijen als de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), de Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ) en het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek.’

Dit antwoord maakt deel uit van een brief aan de Kamer waarin Dekker ook ingaat op

  • duurzame nieuwsvoorziening in een globaliserende markt
  • impact van personalisering op de nieuwsvoorziening van het publiek
  • lokale en regionale journalistiek

Een download van de hele brief staat hier.