#VVOJ15: Zo haal je een werkbeurs binnen

Conferentie

Een werkbeurs willen we allemaal wel, maar hoe haal je die binnen? Tijdens een praktische sessie vertelde Eric Karstens van het European Journalism Centre (EJC) wat je wel en vooral niet moet doen om een effectieve aanvraag op te stellen. Al is het maar een klein percentage dat daadwerkelijk een beurs krijgt, Gerd de Smyter legde uit dat het prima te doen is – met zijn boek Belg in de Boardroom als bewijs.

Door Milo van Bokkum

Dat journalisten lousy proposal writers zijnklopte volgens Eric Karstens volledig. Maar waarom toch, als ze zo goed zijn in het construeren van aantrekkelijke verhalen? Helaas, zei Karstens, zo werkt het niet bij beursaanvragen. Bovendien is pitchen op een redactie iets heel anders dan pitchen bij een fonds.

Wie bijvoorbeeld een beurs aanvraagt bij een ngo, moet helder duidelijk kunnen maken waarom zijn onderzoek aansluit bij de doelstellingen van die instelling. De journalist die de beurs krijgt, is voor de verstrekker een gereedschap in het bereiken van een groter doel: houd dat grotere doel dus goed voor ogen bij het schrijven van het voorstel. Het uiteindelijke streven ‘malaria de wereld uit’ kan immers best beginnen bij jouw artikel over ziekenhuiszorg in de binnenlanden van Borneo.

Nog een goede tip: de beoordelaars van een aanvraag weten prima hoeveel alles kost, dus maak een accurate en realistische kosteninschatting. Mocht je extra kosten ergens willen onderbrengen, dan is de post ‘website’ daarvoor het best geschikt – niemand weet immers exact hoeveel een nieuwe website kost. Maar wees vooral concreet: een stuk over ‘de handelsrelatie tussen Nederland en Zambia’ is veel te breed. Gaat het over lokale boeren die door Hollandse bloembollentelers uit de markt worden gedrukt, dan kun je wel eens beet hebben.

De Belg Gerd de Smyter kreeg de Vlaams-Nederlandse Journalistenbeurs voor zijn plan voor een boek over de grote hoeveelheid Belgen op Nederlandse topposities; bedrijven als Heineken, Grolsch, TomTom en de Persgroep worden geleid door Belgische CEO’s. De Smyter besloot hen te interviewen en zo te onderzoeken wat hen onderscheidt van de Hollandse hoge heren – een voorstel dat natuurlijk perfect paste binnen het kader van deze internationaal georiënteerde beurs. Dankzij zijn heldere opzet, degelijke tijdsplanning, sluitende begroting en – zeer belangrijk – de intentieverklaring van een uitgever, sleepte hij de beurs binnen. Zijn gevraagde vergoeding was overigens ronduit bescheiden, viel Karstens op, een uurtarief van veertig euro is het gemiddelde bij dergelijke aanvragen.

Vanuit de zaal kwamen veel vragen over praktische zaken. Moet je bijvoorbeeld belasting betalen over een gekregen beurs? Ja, maar alleen over het deel dat je rekent als eigen inkomen. En kun je in een begroting een kogelvrij vest meenemen? Ja, ook dat kan, al moet je wel duidelijk maken dat zo’n vest nodig is. Maar als je bijvoorbeeld je eigen auto gaat gebruiken, dan telt die niet mee voor de beurs.

Karstens benadrukte tenslotte dat er meer is dan de inhoud alleen. Het helpt als mensen weten wie je bent, dat pakt vaak positief uit bij het aanvragen van een beurs. Zorg dus dat ze je kennen, jezelf marketen is een belangrijk aspect. Gebruik de sociale media, “maar zonder irritant te worden”, voegde hij toe.