Gerard Ryle #VVOJ13: “We moeten het vertrouwen terugwinnen”

Nieuws

ryle vvoj13“Ik ben niet zo technisch onderlegd”, biecht ICIJ-directeur Gerard Ryle op na een klein akkefietje met zijn slideshow. Maar dat hoeft ook niet, zegt de coördinator van de technisch-vernuftige Offshore Leaks-onthullingen vrijdagochtend tijdens de openings- keynote op de Conferentie Onderzoeksjournalistiek in Zwolle. “Die kennis kun je inhuren.” “Bij het onderzoek waren niet alleen ICIJ-leden betrokken. We hebben een computerexpert van buiten ingehuurd omdat de technische kennis die we hierbij nodig hadden ontbrak.” (Volg de confertentie op Twitter)

Zo’n tachtig journalisten over de hele wereld werkten samen aan een grootscheeps onderzoek naar belastingvlucht, dat allemaal begon met een harde schijf die bij Ryle in de post zat.

Een van de dingen die Ryle verstandig achtte, was contact opnemen met een advocaat. “Het was overduidelijk gestolen informatie. Dus de vraag was of we het mochten gebruiken. Wat bleek: onder het Amerikaanse recht wel. De advocaten vroegen: ‘ Heb jij het gestolen?’ Nee. ‘Heb je ertoe aangezet dat het gestolen zou worden?’ Ook niet. Ok, dan zaten we veilig.”

De data bestond uit 2,5 miljoen records, het bleek een ingewikkelde operatie om de gegevens te vertalen naar journalistieke bruikbaarheid en relevantie. Uiteindelijk werden lijsten met namen en adressen naar de deelnemende journalisten in alle verschillende landen gestuurd. “We wilden de informatie volgens journalistieke criteria behandelen.” Het publiek is het vertrouwen kwijtgeraakt in journalisten, benadrukt Ryle een paar keer. “Dat moeten we zien terug te winnen.”

Na publicatie stonden er drie heren van de IRS, de Amerikaanse belastingdienst, op de stoep. “Die zeiden: ‘We zullen het vriendelijk vragen, maar de mensen die na ons komen doen dat niet: geef ons de data.’ Ik was met stomheid geslagen. Weten jullie dan niet dat je die informatie zelf al lang hebt? De data lag al een jaar in de kast bij de Australische, Britse en Amerikaanse belastingdiensten.”

De journalistieke logistiek rond de gezamenlijke, gecoördineerde publicatie van de onderzoeksverhalen in alle landen zorgde ook voor de nodige hoofdbrekens. Uiteindelijk werd tot de datum 4 april besloten. “We besloten dat het zou gebeuren om middernacht Parijs-tijd. Dat was ook voor de journalisten uit Canada acceptabel, die konden het nog meenemen, en The Guardian was ook tevreden want in de UK was het elf uur. Sowieso zijn er verschillen in wat de beste dag is voor een publicatie: in het ene land is het zaterdag, in het andere zondag en weer ergens anders is dat maandag.”

Op een vraag uit de zaal of Ryle gaat afwachten tot de volgende schijf in de bus valt, zegt hij: “Ik denk dat we klokkenluiders een handje moeten helpen, want daar gaat het in het begin al mis: ze gebruiken oude telefoons, oude computers, doen onverstandige dingen om in contact met journalisten te komen. Je moet heel erg uitkijken met het internet, vertrouw het niet tenzij je helemaal zeker weet dat het veilig is.”