VVOJ2012 verslag: Working with data (part I). Finding what’s available.

Conferentie

Titel: Working with data (part I): Finding what’s available
Datum: 16 november 2012
Tijd: 14:00-15:15 uur
Sprekers: Arlen Poort en Maarten Lambrechts
Aantal deelnemers: Ongeveer 30

Verslag: Anouk Peeters

Arlen Poort is graphics-redacteur bij de bijlage Thema van het NRC Handelsblad. Samen met Maarten Lambrechts, webredacteur en webmaster van MO.be, wijst hij ons de weg in de zoektocht naar gegevens en nuttige informatie op het internet.

Deelnemers vertelden over eigen projecten en de manier waarop ze zouden willen leren zoeken naar informatie. Daar gingen Poort en Lambrechts dieper op in en probeerden zo duidelijke zoekinstructies mee te geven.

‘Je weet dat bepaalde informatie wordt bijgehouden met een doel, maar je kan die informatie ook gebruiken voor een ander doel.’

Een stelling die we de hele workshop in ons achterhoofd moesten houden. Datajournalistiek is een kwestie van anders denken en die denkwijze eigen te maken. Ze gaven het voorbeeld van sneeuwruimers.

‘De gegevens die de bedrijven bijhouden worden meestal gebruikt voor contactgegevens op te vragen, maar je kan met die gegevens ook de routes van de sneeuwruimers achterhalen. Wat blijkt? In duurdere wijken wordt er meer geruimd dan in armere wijken. Door anders te denken kom je vaak op verrassende resultaten.’

Lambrechts vertelde ons dat er twee invalshoeken zijn om aan datajournalistiek te doen. ‘Je kan concreet onderzoek doen en daar relevante gegevens bij vinden. Wat echter ook kan, is vertrekken van wat er beschikbaar is. Je onderzoekt de bestanden en komt zo tot een verhaal. Uit onverwachte hoek kan er plots een database verschijnen waar je mee aan de slag kan. Laat zo’n kans niet liggen!’

Het grootste probleem in datajournalistiek is het verkrijgen van informatie over één individu. Je stuit al snel op de muur van privacy. Veel individuele gegevens opvragen kan, maar de gegevens worden gefilterd op naam en zijn dus anoniem. Op de site kadaster.nl/be vind je echter wel persoonlijke gegevens.

Bedrijfsgegevens zijn daarentegen vrij makkelijk verkrijgbaar. Je blijft natuurlijk altijd afhankelijk van de welwillendheid van je bron, maar vaak werken bedrijven beter mee dan je zou denken.

Een andere tip dat Poort en Lambrechts ons meegaven was het combineren van databasen. Zo krijg je een nauwkeuriger beeld van datgene wat je wil onderzoeken. ‘Zijn er op mooie weekenden meer moto-ongevallen? Gebruik de database van het KMI en van Blik en combineer de resultaten.’

‘Wat het beste van pas komt in datajournalistiek is programmeren. Met je eigen programma’s kan je vaak uren werk uitsparen en makkelijk filteren op bepaalde gegevens.’ Een paar gezichten trokken wit weg en al snel kwam de opmerking dat dat toch veel te moeilijk is.

‘Programmeren is niet moeilijk maar je moet er de tijd voor nemen. Leren programmeren is leren denken hoe programmeurs denken. Dat is alleen maar een voordeel bij datajournalistiek!’

Een handig boek dat bij programmeren kan helpen, is het boek ‘Scraping for Journalists’ van Paul Bradshaw. Bij problemen kan je ook terecht op verschillende fora over programmeren.

Heel veel informatie wordt bijgehouden en je leert in deze workshop hoe de informatie die jij juist wil van het internet te halen. ‘In de informatie die je vindt zit vaak niet alles in. Je mist altijd wel iets!’ Maar ik ben blij dat ik deze workshop niet heb gemist.