VVOJ2012 verslag: Story-based Inquiry (Part II): the hidden scenario

Conferentie

Titel: Story-based Inquiry (Part II): the hidden scenario
Datum: zaterdag 17 november 2012
Tijd: 10:45-12:00 uur
Spreker: Luuk Sengers
Aantal deelnemers: 30

Verslag: Anke Van Meer

Luuk Sengers is een onderzoeksjournalist die samen met Mark Hunter en andere journalisten de methode ‘Story-Based Inquiry’ heeft ontwikkeld. Mark Hunter was de vorige spreker en leidde ons door hoofdstuk 1 van het boek. Tijdens deel 2 zit hij ook tussen de mensen en kan hij het niet laten om zelf op sommige vragen uit het publiek te antwoorden.

‘Plastieken waterleidingen lekken chemicaliën in drinkwater’. Dat is de tip die de basis vormt voor de lezing.

Volgens Luuk Sengers is het handig om een scenario te schrijven over de hypothese. Je kan beginnen met het tellen van de werkwoorden. Als er drie werkwoorden inkomen, dan gebeuren er drie dingen. Je neemt die werkwoorden dan apart. We kijken dan welke acties in de hypothese zitten en zetten ze chronologisch. Als je een tijdlijn creëert zal alles duidelijker worden.

Het volgende dat we moeten doen is, volgens Sengers, kijken naar de mensen die in het verhaal moeten zitten. In dit geval zijn dat loodgieters, de chemicus, de regering,… Je lijst de personages op en zet er ook bij welke functie ze hebben. Een verhaal start met een persoon die iets met het onderwerp te maken heeft.

Door de tijdlijn ontstaat er verwarring onder de journalisten in het lokaal. Ze vinden dat een verhaal niet chronologisch moet zijn. Sengers maakt duidelijk dat je bij het opstellen van een tijdlijn nog niet bezig bent met het verhaal. Een tijdlijn maakt het ons makkelijker om te onderzoeken.

Ook Luuk Sengers zegt zoals Mark Hunter in de vorige lezing dat we moeten kijken naar het makkelijkste. Daar staat en valt je verhaal mee. Bv. De loodgieters installeren de leidingen in huizen en kantoren. Met één telefoontje is dat al te bewijzen.

‘In je verhaal kan je dingen beschrijven of samenvatten’, zegt Sengers. Sommige stappen in de tijdlijn moet je samenvatten. De stappen waar je verhaal mee begint beschrijf je uitgebreid. Je moet wel opletten dat je niet te veel details in een paragraaf steekt want dan duurt het langer om het te lezen. Dat willen we niet in elke paragraaf. Maar in de belangrijkste willen we wel dat de lezer aandachtig is.

In een verhaal heb je een held of heldin en iets dat die wil bereiken. Onderweg gebeurt er iets onverwachts, zoals een draak. Een held die een draak tegenkomt voor hij bij de schat is, is een verhaal. In het geval van de chemicaliën in drinkwater zou een tijdlijn met conflict er ongeveer zo uitzien:

1. De bioloog doet een experiment.

2. Maar er gebeurt iets onverwachts

3. Hij heeft problemen met het probleem op te lossen.

4. Ze kan de link tussen de chemicaliën en fatale ziektes bewijzen.

Bij een verhaal zijn er natuurlijk ook steeds bronnen. Sengers zegt bronnen te zoeken die je nodig hebt voor elke actie in je tijdlijn. Elke stap in je verhaal heeft andere bronnen. Je hebt de mensen die verantwoordelijk zijn, de slachtoffers en de mensen die getuigen. Dat is de people trail. Naast de people trail heb je de paper trail. Dat zijn alle documenten.

Sengers komt tijd te kort. Hij zou nog zoveel willen vertellen. Het publiek wil nog zoveel horen. Hij praat iets langer dan voorzien maar dat verveelde niemand. Toen hij vroeg of hij nog 5 minuten door mocht gaan zei het publiek unaniem ‘JA’.