VVOJ2012 verslag: Get creative part I (2)

Conferentie

Titel: Get creative part I
Spreker: Karel van den Berg
Datum: 16 november 2012
Tijd:  14:00-15:15 uur

Verslag: Billie Verpooten

De spreker Karel van den Berg, freelancejournalist en oprichter van de Mediapraktijk, geeft regelmatig workshops over creatieve journalistiek. Dat merk je duidelijk tijdens zijn lezing. Hij spreekt op een boeiende manier over hoe journalisten creatief kunnen zijn.

Zijn workshop begint met de vraag wat de aanwezigen verstaan onder het woord ‘journalistiek’. Het eerste antwoord is meteen bruikbaar: verhalen vertellen. Maar iemand anders zegt ‘belangrijke onderwerpen vinden en ze belangrijk maken’.

Ook vraagt  Van den Berg wat creativiteit net is. Voor hem is dat het breken van patronen. Hij zegt dat de hersenen je constant terug brengen naar wat je kent. Dat wil hij ook aan zijn publiek bewijzen door deze zin te laten lezen:

Srtagne who the jrounalsitic brian wroks, in’st it?

Iedereen begrijpt wat er staat, ook al zijn de letters omgewisseld. Vaardigheid, routine, expertise, preconsumptie, vooringenomenheid en vooroordelen zijn niet altijd goed om tot een idee te komen, zegt hij. Volgens de spreker is ‘out of the box’ denken de manier om creatief te denken.

Aan de hand van een filmpje, the Awareness Test, laat Van den Berg zien dat je observatievermogen niet altijd zo goed lijkt te werken als je denkt. Tijdens de Awareness test vraagt men je om te tellen hoeveel passen het witte team geeft. Iedereen telt zo geconcentreerd maar achteraf blijkt dat er doorheen het beeld een beer danst. Niemand had dat gezien. Hieruit blijkt dat je misschien wel bewust en geconcentreerd kijkt naar het filmpje maar dat er toch dingen zijn die aan je ontsnappen.

Om creatief te kunnen zijn, moet je je oordeel uitstellen. Want zodra je je oordeel velt, stopt creativiteit, zegt Van den Berg. Hij toont een schema van hoe je tot ‘het idee’ komt. Eerst moet je nadenken waar je naar op zoek bent en verschillende ideeën verzamelen.

Later filter je de goede ideeën van de anderen, en tenslotte blijft ‘het idee’ over. Om tot dat goed idee te komen, moet je proberen breder te kijken. Want een verhaal heeft altijd verschillende kanten, zelfs kanten die je niet kan zien.

In zijn volgende slide staan de vragen

– ‘Wie?’
– ‘Wat?’
– ‘Waar?’
– ‘Wanneer?’
– ‘Waarom?’
– ‘Hoe?’

De tip van de spreker om tot verschillende antwoorden te komen is om achter elk vraagwoord ‘allemaal’ te zetten. Hij zegt dat die techniek je verbeelding activeert. Nu is de opdracht om zoveel ideeën en denkpistes te vinden als je maar kan. Ook door te associëren, kom je vaak tot andere pistes.

We proberen de nieuwe techniek met z’n allen even uit over het gekozen thema Israël. De antwoorden van de aanwezigen variëren: ‘hoe zit het met begrafenisondernemers in Israël?’ ‘Waar komen de wapens vandaan waarmee ze vechten?’ ‘Waarom is het conflict er nu [red.: oplaaiend geweld tussen Gaza en Israël na raketaanvallen van Hamas op Israel] ineens terug?’

Op het einde van het eerste deel vertelt Karl van den Berg dat er een wetenschapper eens heeft onderzocht dat verhalen vaak terugkerende patronen hebben. Het blijkt dat er 37 verschillende basis verhalen zijn.

Hij beweert dat er 18 basisvragen zijn in journalistiek. Als je achter de vraagwoorden van daarstraks niet alleen ‘allemaal’ maar ook ‘ook’ en ‘niet’ zet, heb je 18 verschillende basisvragen. Daar wil hij in het tweede deel van de workshop verder op ingaan.