VVOJ2012 verslag: Working with data (part II): Getting what’s not available yet

Conferentie

Titel:  Working with data (part II): Getting what’s not available yet
Datum: 17 november 212
Tijd: 14:00-15:15 uur
Spreker: Jennifer La Fleur & David Donald
Aantal deelnemers: ongeveeer 15

Verslag: Kim Van Wuytswinkel

Als journalist zal je niet altijd data ter beschikking hebben. Dan moet je die zelf verzamelen. De beste methode daarvoor is sampling. Sampling wil zeggen dat je een groep mensen neemt die je aan een reeks vragen of testen onderwerpt. Op basis daarvan kan je je onderzoek verder uitwerken. Je moet je natuurlijk eerst afvragen hoe je te werk zal gaan, hoeveel mensen je nodig hebt en hoe diep je op het onderzoeksonderwerp wilt ingaan.

Zo’n vragen zijn heel belangrijk want als iets niet goed zit, dan zijn je resultaten niet betrouwbaar en dus onbruikbaar. Het beste is willekeurig mensen kiezen die meedoen aan je onderzoek. Veel onderzoekers klagen dat ze niet de indruk willen geven dat ze iets zomaar random uit een hoed hebben getoverd, maar dat moet je dus juist wél doen. Anders is je onderzoek te gemaakt.

Je kan ook systematisch werken door bijvoorbeeld telkens de negende persoon te kiezen die je tegenkomt, maar toch blijft de willekeurige sample de beste manier om data te verzamelen.

Soms zijn data gewoon slecht. Verzamel je eigen data en bewijs dat die beter zijn dan de officiële. Bij enquêtes kan je anonimiteit beloven. Op die manier zal je meer volk trekken en kom je sneller tot de waarheid. Zo was er een case over seksuele intimidatie en verkrachting onder studenten.

Universiteiten in Amerika vertelden dat bij hen alles perfect was. Via anonieme enquêtes bij gezondheidsklinieken op de campussen kwam een heel ander verhaal aan het licht. Op één universiteit was er sprake van 50 gevallen van seksuele intimidatie of verkrachting terwijl het officiële aantal nul was. Van slechte data gesproken, dan kan je het inderdaad beter zelf onderzoeken.

Wat je absoluut niet mag doen: online enquêtes. Antwoordjes tellen en conclusies trekken om het dan te brengen als hard nieuws. Bij online surveys is er geen sprake van random sampling.

Mensen kozen om je enquête in te vullen, het aantal en het soort mensen is niet representatief genoeg. Zo’n dingen moet je als extraatje brengen, het mag nooit een nieuwsfeit op zich zijn. Hetzelfde geldt voor een voxpop. Je zou enorm veel mensen moeten interviewen op enorm veel verschillende plaatsen om het geloofwaardig te maken, onbegonnen werk.

Wat je absoluut wel moet doen is je resultaten laten controleren door experts. Gewoon zodat je zeker bent dat de data die je hebt verzameld kloppen. Nog een (best wel grappige) tip die je moet onthouden is dat je zeker moet zijn dat de data die je  verzameld hebt nog niet bestaan. Anders doe je dubbel werk en is alle moeite voor niets.

Er kwamen nog veel andere dingen aan bod maar waar veel nadruk op werd gelegd, was het belang van communicatie met  lezers, luisteraars en kijkers. Mensen moeten op de hoogte zijn van je werkwijze, anders kan het gebeuren dat je werk uitgedaagd wordt of dat je ongeloofwaardig overkomt.

Je moet dat natuurlijk niet in je verhaal steken want echt interessant is het niet. Werken met een Fact Box is het beste: een kadertje of een pagina waarop alle informatie over het onderzoek staat.

Zoiets wordt al lachend de Nerd Box genoemd (enkel nerds lezen het omdat het best wel saai is). Iets niet vertellen is iets verbergen en dat hebben mensen niet graag. Ook al klopt er iets niet of waren er kleine problemen, vertel dat aan de mensen. Ze gaan je eerlijkheid appreciëren.

“A reporter can mess up every day, but he can mess up big time with a computer”. Data verzamelen is belangrijk werk, het is de basis van alles. Onderschat het niet en besteed er genoeg aandacht aan.