Voor iedereen met belangstelling voor diepgravende journalistiek in Brussel hield de VVOJ in samenwerking met het Vlaams-Nederlands huis deBuren op 30 november een debat over de vraag: produceren de duizend professionele journalisten in de Europese hoofdstad wel voldoende diepgravende, onthullende verhalen over de Europese Unie, de NAVO en andere internationale institituties?
De VVOJ organiseert geregeld debatcafés, waarin leden elkaar rond een thema ontmoeten. Een overzicht van alle cafés.
Sprekers: Bernard Bulcke (de Standaard), Erik Wesselius (Corporate Europe Observatory), Gert-Jan Dennekamp (NOS Journaal).
Moderator: Kristof Clerix (MO, Vrij Spel)
datum: 30 november 2007
verslag: Jeroen Trommelen
‘Er is hier een enorme machine op gang waarvoor wij niet geëquipeerd zijn”, zegt EU-correspondent Bernard Bulcke van dagblad De Standaard. ‘Slechts vijf Vlaamse journalisten volgen elke dag de Europese Commissie. Vandaag is er 2,4 miljard euro verdeeld onder de lidstaten en de Belgische minister was er niet eens!’
In de Nederlandse journalstiek is de situatie nauwelijks beter. Brussel zou een Walhalla kunnen zijn voor onderzoeksjournalisten, vindt Gert-Jan Dennekamp, verslaggever van het NOS Journaal. Maar die onderzoeksjournalisten melden zich nu niet of nauwelijks, terwijl hij zelf beperkte tijd heeft voor uitzoekprojecten. ‘Wie zich in Den Haag wil onderscheiden moet enorm zijn best doen, want daar wemelt het van de journaliten. Als je hier in Brussel iéts meer moeite investeert, vallen er veel verhalen te halen.’
Blucke en Dennekamp waren vrijdagavond 30 november te gast in het het Vlaams/Nederlands huis deBuren in Brussel. De Vereniging van Onderzoeks Journalisten VVOJ hield daar een debat over de vraag of de onderzoeksjournalistiek in het hart van Europa faalt.
Er werken immers meer dan duizend professionele journalisten in Brussel. Zij volgen het nieuws, maar produceren opvallend weinig diepgravende of onthullende verhalen over de Europese Unie, de NAVO of andere internationale instellingen.
Die kritiek wordt onderschreven door lobby-watcher Erik Wesselius van het Amsterdamse Corporate Europe Observatory. Hij heeft vaak het gevoel te moeten leuren met onderzoeksresultaten waarmee diepgravende journalistiek zijn voordeel kan doen, zoals onlangs nog over biobrandstof en de Duitse auto-lobby. En als iets in één land wordt opgepikt, laat men het in het andere land zitten. ‘Misschien zouden kwaliteitskranten eens kunnen poolen om interessante producties met elkaar te delen?’
Als hij de tijd en de mankracht had, zegt Bulcke, zou hij elke dag wel tien verhalen hebben die het uitzoeken waard zijn. ‘Het is geen onwil, maar gebrek aan middelen.’ Een concreet voorbeeld? ‘De beveiliging van de Europese gebouwen door ingehuurd beveilingspersoneel. Iedereen die hier rondloopt, heeft dat het afgelopen jaar zien exploderen. Bij elke poortje staan vijf mensen. Ik zou graag willen weten hoeveel dat kost en wie dit zo heeft besloten.’
Dennekamp heeft nauwelijks contact met de research-afdeling van het NOS Journaal, zegt hij. Hij wil de voorzet wel geven maar de echte onderzoeksjournalisten zullen het onderwerp toch moeten oppakken. ‘Vroeger was het nog makkelijker dan nu. Toen kon je de vertrouwelijke stukken bij wijze van spreken gewoon ophalen bij de Commissie. Zo simpel is het niet meer, en de dossiers zijn vaak enorm technisch. Maar daar staat tegenover dat je hier rechtstreeks toegang kunt krijgen tot de ambtenaren die ze opstellen. Dat is in Nederland ongekend. Daar zit er bijna altijd een voorlichter tussen.’
Duits onderzoek wijst uit dat tussen 1998 en 2004 maar liefst 84 procent van de Duitse nationale wetgeving zijn oorsprong vond in Europese regels, zegt Bulcke. Dat getal spreekt voor zichzelf en maakt de geringe inzet van onderzoeksjournalisten in Brussel onbegrijpelijk. Hoewel ‘scoren’ óók lastig is omdat er zo weinig echte Europese media bestaan. De Financial Times en in mindere mate de International Herald Tribune zijn de enigen. Dat verklaart waarom vooral de Times de Europese primeurs vaak makkelijk kan ophalen.
Wesselius zou het toejuichen als media (of freelancers) vaker externe financiële fondsen aanspreken om diepgravende journalistieke producties mogelijk te maken. Als de subsidiegevers hun geld geven om democratie te bevorderen en verder geen eisen stellen, is daar volgens hem niets mis mee. De Standaard zal daar niet aan meedoen, zegt Bulcke. En ook het NOS Journaal werkt volgens Dennekamp liever niet met vreemd geld. De media zelf moeten andere prioriteiten stellen, vinden ze.
En de onderzoeksjournalisten moeten Brussel gewoon beter weten te vinden.














