Werken met klokkenluiders

De VVOJ organiseert geregeld debatcafés, waarin leden elkaar rond een thema ontmoeten. Een overzicht van alle cafés.

Klokkenluiders zijn voor onderzoeksjournalisten welkome maar ook lastige klanten om mee te werken. Ze zijn overtuigd van hun gelijk, hébben het ook vaak, maar krijgen het zelden. Tot ze een journalist tegenkomen. En dan zijn ze niet meer te stoppen.

Wat verbindt beroemde (of beruchte?) mannen als Fred Spijkers, Paul van Buitenen en Paul Schaap? Wat heb je aan die kennis als je met hen werkt? Is er een recept voor het maken van goede verhalen met deze gedreven aandragers van onrecht en misstanden? Hoe blijf je betrokken maar toch onafhankelijk?

Juliette Vermaas, onderzoeker aan de KUB maar ook organisatieadviseur, deed in 2001 onderzoek naar klokkenluiders. Wie zijn ze, en hoe komen ze tot het luiden van de klok? (lees het rapport hier) Op de openingsvraag van de moderator wat Vermaas een klokkenluider als éérste advies zou meegeven, antwoordde ze: “Niet direct naar de krant stappen! Heb je je beseft wat de schade kan zijn, voor jou én voor je bedrijf? Heb je nagedacht of je alle andere mogelijkheden hebt uitgeput?” En haar eerste advies aan de journalist die met een klokkenluider in contact komt: “Wees niet te gretig, wil niet direct scoren. Vraag altijd of er nog andere mogelijkheden zijn om de misstand te verhelpen.”

Ook journalist Nijpels benadrukte dat je als journalist niet té gretig moet zijn. Hij vertelde over zijn ervaringen met Paul van Buitenen, de man door wiens toedoen uiteindelijk de complete Europese commissie moest aftreden. Nijpels: “.Je vraagt altijd: Is het echt nodig dat jij publiekelijk de klok luid, kan het niet met andere bronnen, documenten of iets anders? Want als je klokkenluider eenmaal in de schijnwerpers staat, droogt ie ook op als bron. Dat gebeurde met Van Buitenen. Het lukte ons een band met hem op te bouwen doordat wij niet alleen vroegen naar de fraude die hij blootlegde, maar ook naar hoe het met hém ging, wat waren zijn motieven, hoe is er met hem omgegaan. Dat zegt namelijk ook iets over de structuur van de organisatie waarin iemand werkt. En dat levert weer stof tot verhalen op.”

Hoe weet je als journalist of je iets in handen hebt met een klokkenluider? Nijpels: “De eerste schifting gaat vaak al per e-mail, want daar melden ze zich tegenwoordig vaak, of per telefoon. Hoe langer de mail, hoe groter de kans dat het niks is.. Maar zonder gein: je probeert natuurlijk altijd eerst uit te vinden waar het om gaat, hoe drukt iemand zich uit, kloppen een paar kleine details die makkelijk te checken zijn. Gaat het om een ernstige misstand, is het groot genoeg, wat is het maatschappelijk belang.” Ook Vermaas kwam bij haar onderzoek genoeg mensen tegen die zich, wellicht terecht, heel boos maakten om een misstand. “Maar,” zo zei Vermaas, “ik heb ook wel moeten zeggen: dat probleem bij u op de fitness club, dat is niet maatschappelijk belangrijk genoeg.” Uit de zaal kwam een verwijzing naar een praktijk in Groot-Brittannië: daar is een telefonische meldlijn voor klokkenluiders, maar als iemand al direct begint met zichzelf als ‘whistle blower’ te omschrijven, is dat reden tot argwaan.

Uit het onderzoek van Vermaas bleek dat klokkenluiders in Nederland vrijwel even vaak mannen als vrouwen zijn (uit Amerikaans onderzoek bleek eerder dat het daar veelal middelbare mannen zijn), dat het meestal leidinggevende mensen zijn die net onder de directie zitten, en met een bovenmatig normbesef. Vermaas: “Verder telt de houding van de omgeving erg mee of iemand klokkenluider wordt of niet: heeft iemand collega’s om mee te praten, hoe is de sfeer op het werk, is de partner het er mee eens.” Uiteindelijk trekt de klokkenluider vaak aan het kortste eind, onderzocht Vermaas. “Als de zaak eenmaal naar buiten is en er komt een rechtszaak van, dan kijkt de kantonrechter niet naar de misstand maar naar de verstoorde arbeidsrelatie. En al heeft iemand dan ook gelijk, daar gaat het niet meer om.”

Vermaas en Nijpels wezen beide meermalen op de verantwoordelijkheid van de journalist t.o.v. de klokkenluider. Vermaas: “Het zijn kwetsbare mensen, die moet je beschermen.” Nijpels: “En als onderzoeksjournalist heb je die tijd om iemand te beschermen, je hoeft niet direct te scoren.” Verhalen van klokkenluiders zijn vaak onmiddellijk een prooi voor ‘debunking’: de hele organisatie of het hele bedrijf zal omhet hardst roepen dat het niet waar is, dat de betrokkene rancuneus is of zelf een sjoemelaar. Hoe kan je een klokkenluider als journalist ondersteunen? Nijpels: “Vaak hebben klokkenluiders zelf ook geen schone handen, ze hebben vaak lang zelf aan de nu gewraakte praktijken meegedaan. Zég dat dan ook direct in je eerste verhaal, dan ben je die kritiek vast voor.”Vermaas: “Je moet ook met hen bespreken: waar ben je kwetsbaar, moeten we wel zo naar buiten. Maak als het ware een risico-analyse.” En bovenal (maar dat staat buiten kijf), zorg dat je verhaal klopt, op alle mogelijke fronten!

Vermaas lichtte nog toe dat binnen veel bedrijven en instellingen is gekozen voor zelfregulering. Er is een gedragscode, maar uit de evaluatie daarvan in juni 2006 bleek dat 75% van de bedrijven niet eens van het bestaan van die code afweet. “Er gebeurt dus niks mee,”zei Vermaas, “maar minister de geus houdt het nog steeds op die gedragscode. Bronnen vertellen me wel dat met het nieuwe kabinet zoals dat er nu lijkt te komen wel gaat veranderen. Als je het zo belangrijk vindt, regel het dan ook wettelijk! Er is een ambtenarenregeling maar die levert maar twee of drie klachten per jaar op. Dat kán niet kloppen, dan wordt er intern van alles gesmoord. Onze aanbeveling na het onderzoek in 2001 was: stel een externe vertrouwenspersoon aan per branche, maar dat is niet overgenomen.”

In de zaal werd nog opgemerkt dat er momenteel binnen een aantal gremia naar de positie van de klokkenluider wordt gekeken, dus dat er toch wel iets gebeurt. De SER, de NMA, en ook Pieter van Vollenhove riepen onlangs op tot het waarborgen van de positie van de klokkenluider. Een van de aanwezigen sloot de avond af op een buitenlandse noot door te vertellen over de praktijk van vliegtuigbouwer Boeing in de Verenigde Staten. Daar heeft een van de vice-presidents sinds enige tijd als enige taak het in ontvangst nemen van klachten van personeel. Dat leidde tot het enorme aantal van 30.000 klachten. Iedere klacht krijgt vervolgens een halve dag onderzoek, waarna er zo’n 3000 overblijven die om dieper spitten vragen. Dan wordt er echt gericht op de klacht onderzocht. En er wordt nog een andere werkwijze toegepast. Er wordt aan de klager gevraagd om eens tien mensen te noemen die wat over hem kunnen vertellen en over de aard van de klacht. Dan verbreed je het veld van die ene klager naar een aantal mensen en dus naar het blootleggen van een structuur. Want dat is uiteindelijk waar het om gaat: hoe kan een structurele klacht verholpen worden.

En met deze oproep om vooral de scope van onderzoeken naar aanleiding van klokkenluidersmeldingen te verbreden naar de structurele problemen áchter de klacht, sloot het VVOJ café voor de avond.

VVOJ café 23 januari:

Sprekers: Bart Nijpels (KRO Reporter), Juliette Vermaas (Katholieke Universiteit Brabant)

Moderator: Miro Lucassen (AD/freelance)

Locatie: De Observant, Amersfoort