Over het nut van sparren en transparantie

Ombudsman Margo Smit in gesprek met haar collega's.

#LROJ17

Geen training of presentatie, maar een dialoog met collega-journalisten. Dat wilde ombudsman Margo Smit met haar workshop tijdens #LROJ17. En zo ontstond een goed gesprek over omgang met bronnen, invalshoeken en de noodzaak van transparantie en sparren.

door EVELIEN FRENKEL

Margo Smit, ombudsvrouw van de NPO, neemt tijdens de Trainingsdag Lokale en Regionale Onderzoeksjournalistiek 2017 een van de eerste workshops voor haar rekening. Het aantal belangstellenden is groter dan het aantal stoelen en een deel van de aanwezigen zit dan ook op de grond, of leunt tegen de vensterbank. Smit begint door te zeggen dat ze geen les of  presentatie wil geven, maar liever een dialoog tussen collega-journalisten op gang brengen en adviezen uitwisselen.

‘Wie hier is schrijvend journalist? En wie audiovisueel?’ vraagt ze de aanwezigen. De schrijvende journalisten zijn iets in de meerderheid. Al snel blijkt dat beide partijen elkaar weleens benijden. Smit geeft aan dat zij soms jaloers is op haar schrijvende collega’s omdat die, gewapend met enkel een blocnote, minder nadrukkelijk aanwezig zijn en zo makkelijker dingen los kunnen krijgen bij hun bronnen.

Een schrijvende journalist in de zaal benijdt juist haar collega’s bij de televisie, want ‘mensen kijken toch meer naar beeld’. Dat laatste beaamt Smit. ‘Televisie is inderdaad, in tegenstelling tot wat men zegt, niet dood. Er kijken 1 à 2 miljoen mensen naar een gemiddelde uitzending van het journaal. Dan heb je als maker een enorme verantwoordelijkheid.’

Juridische verantwoordelijkheid

Over die verantwoordelijkheid hebben haar collega-journalisten vragen. Want hoewel Smit een gesprek wil voeren, zijn de aanwezigen merkbaar benieuwd naar haar adviezen en ervaringen als ombudsvrouw. Een freelancer vertelt over hoe zij een verhaal liet liggen omdat zij niet in haar eentje de volledige juridische aansprakelijkheid voor het stuk kon dragen. Ook andere zelfstandigen onderschrijven dat sommige eindredacteuren de juridische verantwoordelijkheid geheel de freelancer neerleggen.

Een van de oplossingen die Smit geeft, is hulp vragen bij de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), die juristen in dienst heeft. Maar in bredere zin is de ombudsvrouw groot voorstander van transparantie als middel om juridisch gedonder te voorkomen. ‘Mijn tip is: laat zien hoe je iets gemaakt hebt, wees transparant. Het liefst zou ik bij elk journalistiek item van de NPO een uitleg geven over hoe dat item tot stand is gekomen.’

Ook hamert Smit op het belang van samenwerken en sparren met collega’s.  Op de vraag hoe grote journalistieke fouten erin sluipen, zoals het kiezen van een verkeerde invalshoek, antwoordt ze resoluut: ‘Tijdsdruk en gebrek aan sparringpartners.’ Het risico om zo in je verhaal verstrikt te raken dat je een verkeerd pad inslaat, is veel groter als je niet op elk punt van het maakproces overlegt, ‘desnoods met de koffiedame’.

Toch zijn verkeerde invalshoeken niet datgene waar ze als ombudsvrouw de meeste kijkersklachten over ontvangt. ‘Het liefst duik ik in een klacht over de insteek van een item. Wat is er gezegd? Wat was de context? Waarom is juist dit fragment gebruikt en een ander niet? Maar ik krijg meer klachten over spelfouten. Of over de kokerrok van Dionne Stax.’